Home
Organisatie
NVL Symposium
Media
Publicaties
Contact
Login Leden
Welkom op Luchthavens.org

Welkom op de site van de Nederlandse Vereniging van Luchthavens.

IDENTITEIT EN MISSIE

De Nederlandse Vereniging van luchthavens (NVL), waarvan de Nederlandse General Aviation vliegvelden, de regionale luchthavens en Schiphol deel uitmaken, is door haar bundeling van expertise DE branche organisatie van de Nederlandse burgerluchthavens en bij uitstek DE gesprekspartner voor de overheid en andere relevante partijen op het gebied van alle technisch / operationele en beleidsvragen m.b.t. de Nederlandse burgerluchthavens.

De Nederlandse Vereniging van Luchthavens (NVL) richt zich op het creëren van optimale randvoorwaarden voor de verdere ontwikkeling van de burgerluchthavens in Nederland. De uitgangspunten hierbij zijn:

  • het instandhouden en verder bevorderen van een veilige, efficiënte en marktgerichte luchthaveninfrastructuur;
  • een zorgvuldig gebruik van milieuruimte;
  • afspraken over het gebruik met de direct betrokken partijen (bedrijfsleven, politiek-/bestuurlijke en maatschappelijke omgeving)

Klik hier voor de thema's  van de NVL

Luchthavencapaciteit
De NVL zet zich in voor een adequate voorziening in Nederland aan hoogwaardige luchthaveninfrastructuur, die voldoet aan de behoeften van Nederland en haar regio’s.

Airport Safety
De NVL streeft naar behoud en voortdurende verbetering van het veiligheidsniveau op de Nederlandse luchthavens. Hiertoe kent de NVL een NVL Havenmeestersoverleg, een NVL Pool van safety auditors, de certificering van luchthavens i.s.m. IL en T, en is aanspreekpunt intern en extern voor airport safety onderwerpen.

Airport & Environment
De NVL streeft naar een zo goed mogelijke inpassing van de luchthaven in haar omgeving, waarbij het milieu zo weinig mogelijk wordt belast, of gecompenseerd. De NVL ondersteunt haar leden hiervoor met deskundigheid en uitwisseling van ervaringsgegevens. Het is onze ambitie de schoonste luchthavens van Europa te hebben.

Security
De beveiliging van de luchtvaart is een onderwerp van voortdurende aandacht. De NVL kent hiervoor onder meer een constructief periodiek overleg met het ministerie van Justitie, en een NVL security overleg van haar deskundigen op dit vlak.

De NVL spant zich in om de security kosten op een aanvaardbaar niveau te houden, en spanning met safety regels te voorkomen. Security kosten mogen niet het level playing field verstoren.

RBML (Regelgeving Burgerluchthavens en Militaire Luchthavens)
In oktober 2007 heeft de Tweede Kamer het wetsontwerp RBML aangenomen. De verwachting is dat de Eerste Kamer ook akkoord gaat. Daarmee zijn de General Aviation vliegvelden binnen Nederland gedecentraliseerd. De NVL spant zich in om in goede samenspraak met de provincies, tot een zo constructieve en soepel mogelijke overgang te komen.
Besluitvorming over decentralisatie de regionale luchthavens wordt na kamerbehandeling van de Luchthavennota verwacht.

Administratieve lasten
Nederland wordt gekenmerkt door en in vergelijking met het buitenland buitensporige regeldruk. De NVL zet zich in om deze regeldruk te verlagen en de kosten daarvan. De NVL wil als branche organisatie komen tot goede afspraken met de overheid, om in goed overleg te komen tot praktische en uitvoerbare regels. De NVL neemt deel in het DIET - Comite(Doelmatigheid, Inspectie-effectiviteit en Tarieven (IL en T).

Europese Agenda
Luchthavens zijn is in toenemende mate een Europees onderwerp. De NVL zet zich in voor een level playing field op alle vlakken inzake aanleg en gebruik van luchthavens en vliegvelden. Door ondersteuning van leden en een collectieve aanpak tracht de NVL de invoering van Europese regels op een zo praktisch mogelijke wijze gestalte te geven.

Geïnteresseerd in de NVL? Bekijk ook onze flyer, klik hier.

"Sun is shining in the sky/ there aint a cloud in sight"

 

Ook ditmaal kan het aan het weer niet liggen, de derde column voor de NVL Nieuwsbrief wordt al weer bij een goed gesternte geschreven. Mijn bui is minstens zo mild als bij het maken van de voorgaande column. Waar het verscheiden van Drs. P nog van invloed was op de voorgaande column, is dat nu simpelweg het weer.

In de afgelopen maanden was ik vaak op plaatsen, die zich er bij uitstek toe lenen om te lezen, bij voorkeur buiten. De gemiddelde temperatuur in ons land was er nou niet naar om buiten te lezen. Ik was vaker in de tuin om die te onderhouden, dan dat er van genoten kon worden. Het lekker buiten zitten lezen deed ik vooral in het buitenland en daarom zal het ook wel buitenland heten. Er passeerden veel boeken over de Nederlandse volksaard, hoe die is ontstaan en werkt en waarom we in ons land zo goed “polderen”. Lees verder...  

De rode draad is dood- en doodsimpel. Allereerst is er in ons land niemand écht de baas. Sommigen denken het, maar die slaan de plank mis. Het past ons niet en dat willen we niet. We zijn vooral allemaal de baas, denk maar eens aan de zestien miljoen deskundigen over de opstelling van het Nederlands elftal, om het maar eens bij een voorbeeld dichtbij te houden. Combineer dat met het feit dat ons land ten noordwesten van ruwweg de lijn van Woensdrecht naar Oostwold (we oriënteren ons op vliegvelden) op hooguit een meter boven de zeespiegel ligt, dan wordt ineens heel duidelijk waarom in ons polderland alles, maar dan ook echt alles door overleg geregeld moet worden. Anders verzuipen we! We polderen dan ook van harte, om noodscenario’s te voorkomen. Vindt een aantal mensen bijvoorbeeld ineens Zwarte Piet te zwart, dan polderen we naar een stroopwafelpiet… Zo gaat dat nou eenmaal in ons land.

 

Als je er samen uit moet komen – het oer-kenmerk van polderen – moet je in gesprekken en discussies willen geven en nemen. Het resultaat is nooit een resultaat, waarmee iedereen happy is. Er ontstaat altijd gezeur en gedoe over de uitkomst, als dat gezamenlijke standpunt in overleg tot stand is gekomen. Het zijn immers standpunten. En kom je er niet, dan doe je toch gewoon niets? Daarvan raakt er ook al eeuwen geen man overboord.

 

Om over polderen en luchtvaart wat recente voorbeelden te noemen – het is immers lekker weer. Beste minister van de centen, koop nou gewoon een aardig pakket aandelen van die blauwe maatschappij. Dat gebeurt in de landen om ons heen toch ook gewoon? Wij vinden het vast allemaal polderend wel goed. Dat van de banken een aantal jaren vonden we toch ook goed. De meeste luchthavens zijn immers, links- of rechtsom, ook al eigendom van de overheden. Gewoon kopen, die aandelen! Doe het anders onder het motto “crowd funding”, da’s toch eigenlijk een vrijwillige belastingheffing? Niet al te bang zijn voor het onbekende, want achteraf valt het altijd erg mee.

 

Of luchtruim geven aan de GA in ons land? Doe dat nou gewoon. Het luchtruim is er al en het is echt niet allemaal 24/7 volop in gebruik. Uiteindelijk komen er toch maar twee JSF’s en de jongens en meisjes van de verkeersleiding zijn veel slimmer en handiger dan oude en vastgepolderde tafelgenoten denken.

 

Met een schok werd ik wakker. Wat zeg ik nou toch allemaal? Schreef ik een politiek manifest? Neen. Wij (in NVL en in de luchthavensector) leven van de lucht, en daar wordt ook behoorlijk wat afgepolderd. Maar leg dat duidelijk uit en leg dat duidelijk vast. Immers, bij gebrek aan historisch besef blijkt later het al dan niet collectieve geheugen grote gaten te vertonen op plaatsen waar dat polderend goed uit kwam!

 

Wish you Blue skies!

 

Column 1: Maart 2015

Onderlaatst kwam ik terug van een reis, vliegend natuurlijk. Ook deze keer viel het me op hoe mooi Nederland er vanuit de lucht uit ziet, hoeveel ruimte er is, maar ook hoe snel je er over heen gevlogen bent. ’t Is dat de vliegers ook weten dat ze hier moeten landen, anders zouden ze al een land te ver zijn. Dat overkomt die Amerikanen wel eens als ze denken in Frankfurt te landen en per vergissing op d’n Bruxelles aan de grond zijn geraakt. Maar dat is een ander verhaal.

Vliegend over ons land realiseer je je weer, dat ons land eigenlijk niet meer is dan een fraaie stadsprovincie, maar dan wel een hele fraaie! We betichten de Fransen er dan wel van dat ze zo chauvinistisch zijn, we kunnen er zelf ook wat van. Dat hebben we in de luchtvaart allemaal ervaring mee, want de op het eerste gezicht niet al te complexe internationale dan wel Europese regelgeving wordt hier te lande nogal wat steviger aangezet.

Tijdens het gevaarlijkste gedeelte van de reis (van het vliegveld naar huis) reed ik de laatste tien kilometer over een rustige provinciale weg naar m’n dorp. “Het kan niet van de vermoeidheid van de reis komen, ik heb immers geslapen”, dacht ik nog toen het me begon op te vallen dat bij afritten en viaducten politiewagens, ambulances en ander eerste-hulp-materieel stond. Het leek wel of ik droomde. Neen, ook aan de drank aan boord van het comfortabele vliegtuig kon het niet liggen, want mijn eigen gekozen drooglegging was al meer dan tien jaren oud. Ik verbaasde me over wat ik onderweg allemaal zag! Om de anderhalve kilometer stonden er onderweg reddingwagens. Bussen met schoolkinderen moesten minstens vijfhonderd meter verwijderd blijven van tankauto’s die benzinestations bevoorraden, de verkeerspolitie greep in als twee gewone auto’s – zoals die van mij – dichter dan vijftig meter bij elkaar kwamen, ik snapte er helemaal niets meer van!

Plotseling slipte er een vuilniswagen en moest ik vol “in de ankers”, waarbij ik wakker schrok, op de bank thuis. Toch weggedoezeld! Maar het beeld uit de droom herkende ik wel. De werkelijkheid op de weg verwarde ik met een verhaal dat ik op vakantie had gehoord van een medereiziger, die in z’n vrije tijd vliegt op een klein Nederlands veldje. Hij was daarnaast als vrijwilliger op de havendienst nogal druk met brandweerdekkingen en had me zo’n vergelijking verteld. Ik herinner me nog hoe blij hij was dat in Engeland een Red Tape Challenge voor de kleine luchtvaart was ontwikkeld en dat misschien over een paar jaren ook de Nederlandse overheid zich niet verder zou gaan bemoeien met de oh zo noodzakelijke veiligheid, dan het wijzen op eigen verantwoordelijkheid in een aantal gradaties. “Achter elke boom aan de kant van de weg staat toch ook geen brandblusser?” had mijn medereiziger nog gezegd. Na de power-nap ging ik maar boodschappen doen.

Column 2: Juni 2015

Mr. Blue Sky is een oh zo stereotiep personage uit de Nederlandse luchtvaart, die het best gedijt als er geen wolkje aan de lucht is. Regels zijn er voor anderen en vooral om het luchtige leven moeilijk te maken...

Een meer dan milde bui maakt zich vandaag meester van me. Het is fraai weer, vliegtuigen doorklieven in allerlei gedaanten het zwerk. Zweefvliegtuigen klimmen nabij spierwitte cumultjes, terwijl het gestaag groeiende zakelijke en toeristenvervoer op groter hoogte passeert. Moderne jachtvliegtuigen ondersteunen troepen op de grond met aanvullende hulp van aanvalshelikopters. Dat is het gemiddelde beeld van vandaag in ons land. Het versterkt een milde bui. Het verscheiden van Drs. P zal ongetwijfeld bijdragen aan die milde bui, zijn liefde voor de Nederlandse taal is immers mede voedingsbodem voor elke columnist in ons kikkerlandje.

Blue Sky of niet, mijn ruim halve eeuw ervaring op luchthavens en in de luchtvaart leert, dat de verbazing in de loop der jaren toeneemt. De aviatiek lijkt vanouds een echte bèta discipline, omdat je exacte vakken in het pakket moest hebben om te mogen vliegen, terwijl dit bij het onderhoud aan luchtvaartuigen ook wel helpt. Maar als je die vliegers en andere luchtvarenden dan een halve eeuw of zo hebt meegemaakt, ben je er ook achter gekomen dat het nog meer helpt, als je een meer alfa gerichte opleiding hebt. Want oh, wat heb je een hoop aan kennis van gedragswetenschappen als je vliegers, en met name hun gedrag, in de praktijk meemaakt! Het bruggetje van Drs. P (zonder punt) naar vliegers is trouwens erg snel gelegd. Lees een deel van de fameuze tekst van het lied maar na en het valt op dat zij net als de veerman op de wereld zijn om heen en weer te gaan…

En als de pont dan weer zijn weg zoekt door het ruime sop,
Dan komen er werktuiglijk gedachten bij me op.
Zo denk ik dikwijls over het geheim van het bestaan,
En dat ik op de wereld ben om heen en weer te gaan.
Wij zien hier voor ons oog een onverbiddelijke wet,
Want als ik niet de veerman was dan was een ander het.
En zulke overdenksels heb ik nu de hele dag,
Soms met een zucht van weemoed, dan weer met een holle lach

Small world, dat weet een ieder die in de luchtvaart actief is. Het lijkt echter veel beslissers over en handhavers van wet- en regelgeving in ons land te ontgaan. Eigenlijk had ik het daarover uitgebreider in dit gedachtenspinsel willen hebben, maar de gedachten gaan wat heen en weer. Wat is er nou toch met die beslissers en handhavers aan de hand? Het lijkt wel of ze op een eiland wonen, maar dan wel een eiland, dat niet door een veerpont wordt aangedaan  en ook niet is voorzien van een vliegveld. Is de werkelijkheidszin bij de beslissers en handhavers verdwenen? Zulke overdenksels heb ik nu de hele dag. Immers: telkenmale blijkt dat ze vaak niet verder denken dan 20km buiten het woongebied in de Randstad. Dat is immers hun wereld. Met uitzondering van die enkele dienstreis of vakantietocht over de landsgrens in een luchtvaartuig. Je mag toch veronderstellen, dat ruim een eeuw luchtvaart hen heeft geleerd, dat er naast ons land ook andere landen zich met luchtvaart bezig houden en dat daar, zeker in de ons omringende landen, mensen wonen – ook beslissers en handhavers – met een goed ontwikkeld verantwoordelijkheidsgevoel. Met een zucht van weemoed moet geconstateerd worden dat dit besef niet zo is geland bij de hedendaagse handhavers. Anders valt immers niet uit te leggen, dat vliegtuigen die in alle ons omringende landen gewoon mogen vliegen, dat hier niet mogen omdat ze een bedreiging vormen voor de veiligheid van de landgenoten, waarvoor de handhavers zich zo verantwoordelijk voelen. In een andere regel van het fameuze lied van Drs. P wordt gememoreerd: “Ik breng de mensen heen, ik breng weer anderen terug”. De suggestie ligt dan al snel voor de hand om voor te stellen, dat een aantal handhavers maar weggebracht moet worden, zodat anderen, die een breder horizon hebben op de terugweg mee kunnen komen.

De verbazing neemt toe. Dat verbaast me. Ik zou me liever laten verrassen! Durf te zoen wat in de landen om ons heen al lang gebeurt! Verbazing, verrassing, terugvallend op die oude bèta kennis brengen die beide begrippen me op de stelling “De som van verbazing en verrassing is constant!” Moet je daar nou Drs. voor zijn? En ik maar hopen dat het niet een vlieger is die me dat uitlegt!

Wish you Blue skies!